Achtergrond

Na mijn scheikunde studie heb ik acht jaar lang als docent scheikunde voor de klas gestaan. Ontzettend leuk werk! En samen met de leerlingen hebben we ook veel plezier gehad en veel geleerd.

 

Maar als leerlingen vroegen - mevrouw, waarom moet ik dit kennen? Had ik maar weinig antwoorden. Voor een leuk project had ik maar weinig ideeën over onderwerpen. En als leerlingen vroegen of een studie scheikunde misschien iets voor hen was - tja, dan kon ik alleen terug grijpen op mijn eigen studie ervaring aan de Universiteit Utrecht. 

 

Op een gegeven moment heb ik daarom de overstap gemaakt naar Het Bedrijfsleven. Met hoofdletters, want zo voelde dat ook. Solliciteren was lastig. Ik kende geen bedrijven, geen idee wat ze deden. Unilever kende ik wel - van Andrélon heb ik alle shampoos inmiddels uitgeprobeerd. Maar bij Unilever op de website moet je bij het zoeken van vacatures al kiezen tussen 'food solutions', 'customer development' en 'research en development'. Geen idee...

  

 

Gelukkig kreeg ik hulp van Annemarie. Zij werkte bij Shell en adviseerde mij te starten bij een (technisch) adviesbureau. Zo ben ik bij Berenschot technologisch subsidie adviseur geworden. Een ontzettend leuke baan! Samen met mijn collega's - want je werkt nooit alleen aan een opdracht - ben ik op bezoek geweest bij meer dan 100 technologische bedrijven. In alle hoeken van Nederland, in allerlei branches. Bij die bedrijven was het onze taak om hun technologische ontwikkelingen zo op te schrijven, dat duidelijk werd wat er 'technisch nieuw' aan was, wat de moeilijkheid aan de ontwikkeling was en hoe ze dachten dat op te gaan lossen. 

 

Op die manier heb ik kennis gemaakt met ontwikkelingen in voedingsmiddelen, boorplatforms op zee, onderzoek aan proefdieren, printer inkten, achtbanen, electronenmicroscopen, Lab-on-Chips, exoskeletten en nog veel meer.

 

Wat mij het meest is opgevallen: het is helemaal niet moeilijk om te begrijpen wat ze in 'die bedrijven' doen!

Met onze middelbare school kennis, met wat wij onze leerlingen bijbrengen voor het eindexamen, is in ieder geval de basis van al deze ontwikkelingen prima te bedenken. En kun je heel goed met medewerkers uit een bedrijf meepraten en meedenken over oplossingen. 

 

Daarnaast heb ik wel een tijd gedaan om de 'bedrijfstaal' te leren. Wat een KPI is, of een USP. Of wat een 'value chain' is, wanneer de 'time to market' wel of niet snel genoeg is. Enzovoort. Deze termen helpen om met medewerkers in een bedrijf te praten. Maar niemand vindt het gek als je vraagt wat ze bedoelen. En Wikipedia is een oneindige bron van informatie... 

 

Na een aantal jaar te hebben genoten van alle technische ontwikkelingen, wilde ik deze informatie graag terug naar het onderwijs brengen. Als netwerkcoach van drie Technasiumnetwerken heb ik 15 scholen begeleid bij de doorontwikkeling en implementatie van Technasiumonderwijs. Bij het Technasium krijgen leerlingen van havo en vwo minimaal 4 uur per week het vak O&O. Hierbij werken de leerlingen in groepjes aan bedrijfsopdrachten (zie ook www.technasium.nl). 
Ook dit was mooi werk - de docenten en directieleden die betrokken waren bij het Technasium-onderwijs waren zeer gedreven. Dit is écht nieuw onderwijs!
Maar wat mij wel opviel - ook docenten O&O, die vaak al verder zijn met hun bedrijfscontacten dan veel vakdocenten, vinden het nog steeds moeilijk om innovaties bij bedrijven uit te vragen. Maar wat wil je - als je hier nooit iets over hebt geleerd. Als je steeds zelf het wiel moet uitvinden. En als je focus al jarenlang bij de leerlingen en het lesgeven ligt.

 

Bij mij begon het weer te kriebelen - hoe zouden we deze docenten O&O, maar ook vakdocenten op niet-technasia - kunnen helpen om meer zicht te krijgen op ontwikkelingen in bedrijven? Zodat ze zien waaróm de leerlingen leren wat ze leren bij hun vak. Zodat ze leerlingen kunnen helpen een betere keuze te maken voor hun profiel of vervolgonderwijs. 

 

Van daaruit ben ik bij Fontys Lerarenopleiding in Tilburg een project gaan doen rondom bedrijfsstages in de lerarenopleiding. Ook landelijk kreeg ik hier de coördinatie over. Vroeg geleerd is immers oud gedaan. Daarnaast ben ik een programma gaan opzetten om docenten te laten kennis maken met ontwikkelingen in het bedrijfsleven onder de naam 'Bedrijf in de Klas' (zie ook www.bedrijfindeklas.nl). Vanuit dit programma organiseer ik presentaties en excursies van en bij bedrijven, geef ik workshops aan docenten en kan ik docententeams coachen bij hun samenwerking met bedrijven. Ook adviseer ik directieleden in het VO over hoe ze de samenwerking met bedrijven vorm kunnen geven op scholen.

 

Mijn ervaringen tot nu toe?

- docenten worden vrijwel zonder uitzondering heel enthousiast als ze bij een bedrijf zien wat daar gebeurt;

- veel docenten die interesse tonen voor het bedrijfsleven hebben zelf ooit in een bedrijf gewerkt;

- docenten die weinig ervaring hebben met bedrijven, zien veel beren op de weg bij het inzetten van bedrijven in de klas. Docenten met ervaring doen dit graag en makkelijk;

- programma's voor leerlingen vanuit bijvoorbeeld Jet-Net vinden vooral hun weg bij docenten die het programma of bedrijf kennen. 

- bij veel scholen blijft de samenwerking met bedrijven hangen bij één of twee docenten. Een breed draagvlak blijft vaak uit;

- directies zien nog niet altijd het belang van nascholing van hun docenten. In veel schoolplannen staat dat de docenten 'buiten met binnen moet verbinden' of iets van die strekking, maar hóe docenten dat moeten doen - dat hebben ze nooit geleerd!

- directies faciliteren de samenwerking met bedrijven helaas vaak te weinig. Samenwerking vanuit een school vraagt een netwerk van contacten. Het opbouwen en onderhouden van zo'n netwerk kost veel tijd en kan niet altijd pas na 15.30u.